“Als haar benige hand weer uit het kelderraam stak, stopten wij buurtkinderen haar toe wat we maar konden missen. Een korst brood, een appel. Soms ontsnapte Felicita uit de kelder en dan stond ze huilend voor de deur. Niemand liet haar binnen, uit angst voor de Duveljager, geneesheer Jean Baptiste de Loeil. Haar man en kwelduivel. Na de zoveelste ontsnapping werd ze naar de zolder van het huis in de Koewacht verbannen. Een buurman vertelde dat hij haar naakt uit het raam zag hangen, reikend naar de kersen die vlakbij het raam hingen. Vanaf die dag was er de ijzeren ketting. Net te kort, zodat Felicita slechts kan staan en hurken. We hoorden haar vaak roepen, ’s nachts. Totdat het na veertien dagen stil bleef.

(interpretatie van nieuwsbericht in Algemeen Handelsblad, 12-11-1848)